Het aanbieden van de nieuwe taal (A), het receptief inslijpen ervan (B), het oefenen in gestructureerde en gestuurde productie (C) en het toepassen in vrije productie, de communicatieve taak (D).

Je start met de receptieve vaardigheden om door te gaan naar de reproductieve vaardigheden.

In TaalCompleet A1 wordt het zo aangeboden:

Fase A: Aanbod en uitleg van nieuwe woorden. Opdrachten ter ondersteuning en controle van
begrip. Voorbeelden in TaalCompleet A1 en A2:

  • waar/niet waar-vragen en meerkeuzevragen bij lees- en luisterteksten
  • zinnen of tekstdelen in de goede volgorde zetten
  • schema’s invullen

Dit doet me denken aan noticing

Activerende Werkvormen:

Fase B: Inslijpen. Opdrachten waarbij de aangeboden woorden meerdere keren langskomen in
verschillende contexten. Voorbeelden in TaalCompleet A1 en A2:

  • bij elkaar zoeken van woorden en beschrijvingen
  • het juiste woord bij een plaatje zoeken
  • invulopdrachten
  • teksten
  • puzzels

Activerende werkvormen:

Fase C: Gestuurde productie. Opdrachten gericht op schriftelijke en mondelinge
communicatie, waarbij een groot deel van de inhoud en de structuur vooraf gegeven is.
Voorbeelden in TaalCompleet A1 en A2:

  • zinnen afmaken
  • zinnen maken met gegeven woorden
  • open vragen beantwoorden
  • schrijfopdrachten die deels al zijn ingevuld
  • voorgestructureerde rollenspelen

Activerende werkvormen:

Fase D: Vrije productie. Opdrachten als voorbereiding op praktijksituaties. Voorbeelden in
TaalCompleet A1 en A2:

  • (semi-)authentiek(e) bronmateriaal/formulieren zelf invullen
  • zelf zinnen maken
  • zelf brieven en e-mails schrijven
  • open rollenspellen

Activerende werkvormen: